Je kunt een ontwerper tien minuten lang uitleggen welke sfeer je zoekt. Of je kunt een foto laten zien en zeggen: “zoiets.” De foto communiceert in twee seconden wat woorden in tien minuten niet lukt.
Bij een AI-model werkt dat vergelijkbaar. Je kunt de gewenste stijl, het format en het kwaliteitsniveau beschrijven in de prompt. Of je kunt een voorbeeld meegeven van hoe een goed resultaat eruitziet. Die tweede optie is vaak krachtiger, sneller en preciezer. Dat is de bouwsteen Voorbeelden (De Gouden Standaard).
Roland Bieleveldt
Een voorbeeld in een prompt is een referentie-output die het model laat zien wat je verwacht. Het kan een eerdere tekst zijn die de juiste toon heeft, een tabel met de juiste kolomindeling, een e-mail die het juiste format laat zien, of een stuk analyse dat de gewenste diepgang demonstreert.
Het model gebruikt het voorbeeld als patroon. Het extraheert de stijl, de structuur, de woordkeuze, de lengte en het kwaliteitsniveau, en past die toe op de nieuwe opdracht. Dat maakt voorbeelden bijzonder effectief bij aspecten die moeilijk in woorden te vangen zijn: een specifieke merkstem, een subtiele toon, een format dat je eerder moeizaam beschreef.
De kracht van voorbeelden zit in het verschil tussen vertellen en laten zien. “Schrijf in een zakelijke maar persoonlijke toon” is een instructie die het model op tientallen manieren kan interpreteren. Een voorbeeld van een tekst die precies die toon heeft, laat maar één interpretatie toe. Het model hoeft niet te raden wat je bedoelt. Het kan het zien.
Dit effect is consistent en goed onderzocht. In de vakliteratuur heet het few-shot prompting: het meegeven van een of meer voorbeelden die het model als referentie gebruikt. Eén voorbeeld is vaak al genoeg om een merkbaar verschil te maken. Twee of drie voorbeelden versterken het effect doordat het model het patroon betrouwbaarder kan herkennen. De technische achtergrond van few-shot prompting wordt behandeld bij Prompt technieken (cluster 4.3).
De meest voorkomende toepassing. Je hebt een tekst die precies klinkt zoals je wilt dat de nieuwe tekst klinkt. Geef die tekst mee en zeg: “Schrijf in dezelfde toon en stijl als het onderstaande voorbeeld.” Het model pikt de woordkeuze, de zinslengte, de formaliteit en de persoonlijkheid op uit het voorbeeld. Bijzonder effectief voor merkgebonden content waar de stem consistent moet zijn.
Je hebt een rapport, een tabel of een template dat de juiste opbouw heeft. Geef het mee als voorbeeld van de gewenste structuur. Dit is effectiever dan de structuur beschrijven, vooral bij complexe formats met meerdere niveaus, specifieke kolomindelingen of een vaste volgorde van secties.
Je hebt een antwoord op een vergelijkbare vraag dat precies het juiste niveau van diepgang en detail heeft. Geef het mee als maatstaf. Het model kalibreert de lengte, de mate van detail en de complexiteit van het antwoord op basis van wat het voorbeeld laat zien.
Een goed voorbeeld is representatief voor wat je wilt. Dat klinkt voor de hand liggend, maar er zijn drie valkuilen.
De eerste: een voorbeeld dat te complex is. Als je het model een rapport van twintig pagina’s meegeeft als referentie voor een e-mail van drie alinea’s, overschat het model de gewenste lengte en complexiteit. Kies een voorbeeld dat qua omvang vergelijkbaar is met de gewenste output.
De tweede: een voorbeeld dat de verkeerde aspecten demonstreert. Als je een voorbeeld meegeeft vanwege de toon, maar het voorbeeld heeft ook een heel specifiek format, kan het model beide overnemen terwijl je alleen de toon wilde. Benoem expliciet welk aspect het model moet overnemen: “Gebruik de toon van het onderstaande voorbeeld, niet het format.”
De derde: een voorbeeld van lage kwaliteit. Het model reproduceert het niveau dat je laat zien. Een slordig voorbeeld levert slordige output op. Dat is een eigenschap, geen fout: het model doet precies wat je vraagt.
Bij korte feitelijke vragen, bij taken waar de andere bouwstenen (Taak, Context, Toon, Structuur) voldoende sturing geven, en bij output die niet aan een specifieke stijl of format hoeft te voldoen. Een voorbeeld toevoegen kost ruimte in het context window (de hoeveelheid informatie die een model tegelijk kan verwerken). Die ruimte is het waard wanneer het voorbeeld iets communiceert dat je niet in woorden kunt vangen. Als je het gewenste resultaat goed genoeg kunt beschrijven met de andere bouwstenen, is een voorbeeld niet nodig.
Een accountantskantoor heeft een huisstijl voor cliëntbrieven: zakelijk maar persoonlijk, met een concrete opening, korte alinea’s en een afsluitende zin die een volgende stap benoemt. Die stijl beschrijven in abstracte termen is lastig. Het kantoor geeft het model een eerder goedgekeurde cliëntbrief mee als voorbeeld met de instructie: “Schrijf een nieuwe cliëntbrief over de gewijzigde pensioenregeling in dezelfde toon, stijl en opbouw als het onderstaande voorbeeld.” Het resultaat is een brief die de vaste medewerkers van het kantoor herkennen als “onze stem.” Zonder het voorbeeld was de output correct maar onherkenbaar.
Een freelance recruiter gebruikt een AI-model om vacatureteksten te schrijven voor opdrachtgevers. Elke opdrachtgever heeft een eigen stem: de ene schrijft zakelijk en formeel, de andere informeel en wervend. De recruiter geeft bij elke opdracht twee eerdere vacatureteksten van die opdrachtgever mee als voorbeeld. Het model produceert een nieuwe vacaturetekst die past bij de stem van die specifieke opdrachtgever, zonder dat de recruiter de stijl in abstracte termen hoeft te beschrijven.
Wie wil begrijpen hoe het meegeven van voorbeelden technisch werkt en wanneer je meerdere voorbeelden systematisch inzet, leest verder bij Prompt technieken (cluster 4.3), met name bij de secties over zero-shot en few-shot prompting.
Wie terug wil naar het overzicht van alle zeven bouwstenen, vindt dat op de hubpagina De 7 bouwstenen van de ideale prompt (cluster 4.2).